dinsdag 22 maart 2016

Binnenhengelen 1/2

Lang leve het Internet in het algemeen en FaceBook in het bijzonder. Ja, ja, ik ken de nadelen, valkuilen en gevaren van beide, maar voor genealogen is het internet een zegen en Facebook de kers op die gezegende taart.
Wat is er gebeurd? Zoals ik een aantal jaren geleden al schreef, ben ik eens in Australië op zoek geweest naar een van de broers van mijn vader. Hij (de oom) is in het begin van de jaren 50 van de vorige eeuw met vrouw en negen kinderen naar Australië geëmigreerd.
Mijn vader en zijn broers en zussen zijn allemaal rond de voorlaatste eeuwwisseling geboren, dus veel hoop om hem nog levend aan te treffen tussen de schapen en de kangoeroes had ik niet, maar een paar van de neven en nichten hoopte ik toch terug te vinden en zo een vorm van contact te leggen. Ik ging op pad zonder plan. We waren op vakantie en logeerden enkele dagen bij mijn dochter en schoonzoon die een aantal maanden in Melbourne woonden.
Voorafgaand aan de reis haalde ik in het Nationaal Archief in Den Haag een gezinskaart. Die mocht ik inzien, ondanks dat er (vermoedelijk) nog levende personen op stonden, nadat ik kon aantonen dat ik directe familie ben en een verklaring had ondertekend dat ik de gegevens uitsluitend voor persoonlijke doeleinden zou gebruiken.
Op de kaart stond veel interessante informatie, zoals de doopnamen en geboortedata van alle gezinsleden, het beroep dat ze uitoefenden, de datum van vertrek uit Nederland, het schip waarmee ze reisden, de Johan van Oldenbarneveldt en de haven van bestemming.
Toevallig was die bestemming Melbourne. We zochten het adres en de openingstijden van het Nationale Archief van Australië op en merkten op dat er een Immigration Museum in de buurt was.
Daar hebben we eerst een bezoekje aan gebracht. Er waren heel wat interessante dingen te zien. Zo was er het interieur van een emigrantenschip nagebouwd, zodat we met eigen ogen konden zien hoe de familie aan boord gehuisvest was. Vier personen sliepen op twee stapelbedden in één hut bij elkaar, er was een wastafeltje en er stond een kleine kast, dat was het. Veel vertier was er ook niet aan boord. De ouders moesten waarschijnlijk zelf hun kinderen vermaken op de lange, lange reis.
Na het museum gingen we naar het Nationaal Archief van Australië waar een alleraardigste dame ons hielp om meer gegevens over de familie te vinden. Ze vond wel een passagierslijst waarop de familieleden stonden, de prijs van de overtocht en het bedrag dat vader aan boord op zak had (150 gulden). Volgens die lijst zou de familie bij aankomst gescheiden worden: moeder en dochtertjes naar Fremantle en vader en zonen naar Melbourne.
Er stond ook nog een adres vermeld waar de familie enige tijd gewoond zou hebben, maar verder liep het spoor dood. We bedankten de mevrouw van het archief en vertrokken lichtelijk teleurgesteld. We hebben vervolgens nog wat telefoonboeken nageplozen in de hoop een van de namen van de kinderen tegen te komen, maar dat was onbegonnen werk.
Een laatste poging deden we nog door een kijkje te nemen op het adres waar de familie gewoond had, en het adres waar enkele van de zoons een 'milkbar' zouden hebben gehad. De straten bestonden nog, maar van huis en winkel was niets meer te bespeuren.
Daar hebben we het toen bij gelaten en we zijn gaan rondtrekken door Australië. Thuisgekomen heb ik nog wel eens wat pogingen gedaan om recentere gegevens boven water te krijgen. Zo zou de familie na enkele jaren genaturaliseerd zijn (volgens de persoonskaart in Den Haag) en van die gelegenheid zou er een foto in een Australische krant zijn gepubliceerd. De krant bleek niet meer te bestaan. Er staan wel wat Australische overlijdensadvertenties online, maar ook die leverden niets op.
Een logische stap leek te zijn om contact op te nemen met niet-geëmigreerde familieleden. Maar we hebben een rare familie. Mijn vader was de jongste van een groot, hecht gezin. Ook toen oma en opa overleden waren, kwamen ze nog vaak bij elkaar op bezoek. Geen verjaardag werd overgeslagen. Op een enkele broer en zus na hadden ze ook allemaal zelf grote gezinnen en niemand was ruim behuisd, zodat de kinderen altijd thuisbleven bij die bezoekjes.
Verjaardagsfeestjes waren in die tijd trouwens wel bijzonder en ook vertrouwd, want Hollands. Op de dagen voorafgaand aan het feest werd er van alles in huis gehaald: thee, koffie, frisdrank, bier, wijn, advocaat, jonge, oude, bessen- en citroenjenever natuurlijk, sigaren, sigaretten, worst, kaas, koekjes, zoute pinda's in rauwe massa's. 's Middags mochten mijn zus en ik helpen de zilveruitjes op de kaasblokjes te prikken, de augurken in de lengte in vieren te snijden en in cervelaatworst te rollen, plakken leverworst te snijden, bonbons op de mooiste schalen te rangschikken en de sigaren en sigaretten in hoge bekers op tafel te zetten, asbakken en lucifers erbij.
Om extra zitplaatsen te creëren legde mijn vader lange planken over de uiteengeschoven eetkamerstoelen. Er werd een plastic kleed over de tafel gelegd om kringen en beschadigingen van het houtwerk te voorkomen, maar daar overheen ging dan weer het gewone tafelkleed, want niemand hoefde te zien dat er plastic op tafel lag... Mijn moeder was een soort Mrs Bucket avant la lettre. Tussen zeven en acht uur 's avonds drupten de ooms en tantes binnen. De voordeur bleef gewoon openstaan tot iedereen binnen was. Ik mocht de jassen aannemen en boven op het ouderlijk bed neerleggen. De eerste uurtjes mocht ik helpen met het 'opnemen van de bestellingen' en de rookwaren en versnaperingen op de tafel aanvullen. Dat was niet echt een leuk karweitje, want de kamer stond al snel blauw van de rook, de ooms maakten flauwe grappen waar de tantes dan gierend om moesten lachen, steeds harder naarmate de avond vorderde. De meesten waren stokdoof dus er werd ook heel hard gepraat. Om een uur of tien vertrokken de oudste familieleden en moest ik naar bed. Over bleven de jongere broers en zusters en de broers en zusters van mijn moeder. Beide families zaten overigens tamelijk gescheiden van elkaar: papa's grote familie in de achterkamer en mama's familie na de schuifdeuren in de voorkamer, dat was zo de traditie. In de voorkamer stonden vier 'gemakkelijke stoelen', aangevuld met de kampeerklapstoeltjes die normaal op zolder stonden.
Maar goed, de neefjes en nichtjes konden dus nooit mee, daar was domweg geen plaats voor. Tussen de verjaardagen door mocht ik een doodenkele keer met mijn vader mee naar een van de broers en zussen als er grote-mensen-zaken te bespreken waren, maar aan mijn neven en nichten heb ik dus verder weinig herinneringen. Er is dus ook geen contact tussen hen en mij, wat ik heel erg jammer vind. Kom je uit zo'n uitgebreide familie, ken je er niemand meer van. Mijn enige bloedverwant is mijn zuster, die ik wel enkele malen per jaar zie. Ze praat niet graag over vroeger, want ze leidt een actief en vol leven met haar werk en haar gezin, daar heb ik wel begrip voor.
(Overigens onderhoud ik wel een vaag contact via FaceBook met enkele nichten van moederszijde. En er zijn nog twee 'echte' en een aangetrouwde tante van die kant in leven. We sturen elkaar kerstkaarten en soms een verjaardagskaartje, maar daar blijft het tot mijn schande bij, op een - te -schaars bezoek aan een van deze tantes na.)
Wordt vervolgd.






Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen