donderdag 7 april 2011

Een mislukte reis en een geslaagd tripje (1/2)

De zon scheen, de lucht was helder blauw, het gras was zo groen als gras, de bloemen zaten nog in de knop, de vogeltjes floten uit volle borst, de buurman was zijn ruiten aan het zemen (ja, in zo'n straat woon ik). Ik had, met andere woorden, geen enkel excuus meer om niet naar bruisend Kesteren te gaan.

U verdient enige toelichting.

Oude Niffen Jaren geleden kreeg mijn echtgenoot een envelop met oude familiefoto's en een van omvang bescheiden maar prima uitgewerkte genealogie van zijn familie, inclusief bronvermeldingen en correspondentie. De foto's waren in elk geval erg welkom, de rest verdween in een lade met andere curiosa en sentimentalia. Pas later besefte ik een schat in handen te hebben. De basis was gelegd, ik hoefde 'alleen maar' bronnen te controleren en natuurlijk viel er nog heus wel het een en ander verder uit te zoeken.

Zoals ik eerder schreef, richt ik me de laatste tijd op mijn eigen familie (Post); de overige familie moet gewoon even wachten, wat ze overigens braaf doen.

Dit is wat ik bijvoorbeeld over de oudst gevonden voorouder in rechte lijn wist: hij heette Ruth of Rutger van Nefterik, werd geboren rond 1690, ging in 1710 van Oudenwaarden naar Nijmegen, waar hij zich als knecht aansloot bij het bakkersgilde. Drie jaar later verhuisde hij naar Tiel, waar hij in 1715 trouwde met Trijntje van de Water. Samen kregen ze daar minstens acht kinderen.

Bij de paperassen in de envelop van tante zaten ook enkele kopiexebn van een briefwisseling tussen ene meneer J. van Nifterik en de heer Kruimel, blijkens vage stempels via het CBG afkomstig uit het Archief Kruimel. Onderstaande tekst behoeft geen verdere toelichting, maar geeft wel aan hoeveel tijd, moeite en geld het pakweg driekwart eeuw geleden kostte om ogenschijnlijk eenvoudige gegevens boven water te krijgen.

Maar hoe een ervaren genealoog als Kruimel zich zo kon vergissen in de dooplocatie van Ruth van Nifterik begrijp ik niet zo goed. Exe9n blik in het Aardrijkskundig Woordenboek had hem kunnen vertellen dat met 'Oudenwaarden' hoogstwaarschijnlijk de voormalige heerlijkheid Lede en Oudewaard werd bedoeld, een plaats die immers op loopafstand van zowel Nijmegen als Tiel ligt, en niet het Belgische Oudenaarde.

Den Haag, 11 October 1938

Hooggeachte Heer Van Nifterik,

Sinds enkele dagen weer in het land, haast ik mij U verslag uit te brengen van mijn werkzaamheden in Belgixeb, welke werkzaamheden echter niet zoo uitgebreid zijn geweest, als ik aanvankelijk had verwacht om redenen dat het onderzoek naar Uw familie zoo volkomen negatief was te Oudenaarde, dat ik het niet raadzaam achtte er daar meer tijd aan te besteden: kennelijk is het verblijf van Uw familie aldaar van zeer voorlopige aard geweest en lieten zij er geen enkel spoor achter.

Door mij werden geraadpleegd: doop-, trouw- en begraafregisters van de stad en vervolgens, toen dit geen enkel resultaat opleverde, de zoogenaamde "Staten van goed", een zeer belangrijke bron voor het naspeuren van families in Belgixeb. In deze registers vindt men rekening en verantwoording van boedels van kinderen, ook wel scheiding van goederen tusschen volwassen personen, doch ook hier geen enkel spoor, evenmin in de Poorterboeken (men moest destijds als men in een stad woonde wel poorter zijn, daar men anders geen enkel bedrijf of beroep kon uitoefenen). Ik heb de periode 1640-1740 doorgewerkt. Ten slotte raadpleegde ik het notarieele archief, dat in Gent op het Staatsarchief bewaard wordt, evenals de meeste archieven van Oost-Vlaanderen.

Juist waar de plaatselijke archieven tekort schieten, willen de notarieele archieven nog wel eens lciht brengen, daar voor de notarissen veelal ook die personen compareerden, die wel tot een plaats in een of ander relatie stonden, nochtans er hun domicilie niet hadden. De notarieele archieven van Oudenaarde zijn niet zeer uitgebreid in de 17-18de eeuw. Ik kon dus zonder al te veel tijd hieraan te besteden, ook hiervan kennis nemen, doch ook dit was tevergeefs.

Was nu, zult U zich wellicht afvragen, de opgaaf van mevrouw Duparc onjuist? Dit behoeft nog niet, immers Uw voorvader Ruth van Nifterik huwde in 1715, zijn geboorte mag dus omstreeks 1690 gesteld worden, juist toen er tijdens een van de groote oorlogen onder Lodewijk XIV veel in de Zuidelijke Nederlanden gevochten werd en waaraan Noord-Nederland toen ook deel nam.

De mogelijkheid bestaat dat de vader van Ruth van Nifterick militair was en dus een tijdelijke verblijfplaats gehad heeft in het tegenwoordige Belgixeb. Lijkt deze oplossing U te gezocht, toch kan ik U verzekeren dat van dergelijke gevallen vele bekend zijn. In dat geval zal de doopdatum van Ruth moeilijk te achterhalen zijn, daar hij dan vermoedelijk in het leger, door een veldprediker gedoopt werd.

Ik wil nu trachten meer zekerheid te krijgen in het Rijk van Nijmegen zelf, waartoe ik de benoodigde stukken op het Rijksarchief te Arnhem zal kunnen vinden, einde deze maand. Wellicht ook reeds eerder ga ik voor langere tijd naar Arnhem en zal ik de zaak verder onder het oog zien.

Uit Uw schrijven in de laatste week van Augustus, waarvoor ik U hartelijk dank zeg, evenals voor de bijschrijving op mijn girorekening, bemerk ik dat ik niet geheel duidelijk geweest ben, wanneer ik trachtte vast te stellen wie de kinderen van Ruth van Nifterik en zijn vrouw Trijntje van de Water waren. Na vergelijk van de verschillende aldaar optredende doopgetuigen, waarvan ik er althans twee met zekerheid kon identificeren als zuster en zwager van Trijntje van de Water, kon ik eenige zekerheid krijgen omtrent de ouders van Trijntje. Die ouders zouden toch allicht wel peet geweest kunnen zijn over eenige kleinkinderen Van Nifterik. De kans echter, dat de andere kinderen dan ook weer omgekeerd naar de grootouders Van Nifterik zouden heten, is even groot.

Dit kan bij voortgezet onderzoek vaak een groot steunpunt worden. In dit geval bijvoorbeeld is er de kans dat als de vader van Ruth van Nifterik een Peter van Nifterik gevonden zal worden. Hopelijk kan ik dit spoedig nader staven.

Het verblijf te Arnhem brengt geen bizondere onkosten voor reis en verblijf met zich, daar ik er bij mijn oudste broeder logeer.

In Belgixeb werden door mij aan reis- en verblijfskosten, alsmede aan honorarium berekend Fl 32,90 hetwelk ik in mindering zal brengen op het gestorte bedrag per 30 Augustus l.l. groot Fl 50,-.

Hopende dat U met een en ander accoord wilt gaan, teeken ik, inmiddels met de meeste Hoogachting, steeds Uw dienstvaardige

Deze brief bleef dus een paar jaar ongemoeid, tot ik besloot zelf op onderzoek uit te gaan, want inmiddels is nu wel voldoende bewijs dat mijn echtgenoot rechtstreeks van Ruth afstamt.

Wordt vervolgd.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen