donderdag 6 mei 2010

Focus

De zegen van hedendaags voorouderonderzoek is dat je, zonder al te veel inspanning, via internet een heel eind kunt komen. En dat is dan meteen de vloek van zo'n onderzoek. Waar je moet beginnen is niet zo moeilijk: bij jezelf, je (klein)kinderen of je ouders. Van daaruit gaat het verder: trouwboekjes, geboorte- en (t)rouwkaarten helpen je op weg en al dan niet smeuige verhalen van oude ooms en tantes vullen je bestand aan. Dan duik je in Genlias of, als je zo'n bofkont bent als ik, in het digitale archief van de gemeente waar beide opa's en oma's geboren zijn.

De vraag is: waar houdt het op? Er zijn geen regels voor hoe ver je je onderzoek moet laten lopen, niet in de lengte en niet in de breedte. Er is geen wet die verbiedt de levensloop van de tweede echtgenoot van de aangetrouwde tante van je oudoom uit te pluizen en in je bestand op te nemen. Nee, dat mag gewoon. Mijn probleem is, dat ik me niet erg goed uitsluitend en alleen op mijn xe9chte voorouders kan concentreren. Steeds kom ik interessante namen tegen van al dan niet aangetrouwde familieleden die ik dan beslist moet googlen. Soms kost dat meerdere dagen: ik vind wel eens - voor mij - hele nieuwe stambomen en na die dagen ben ik allang weer vergeten wat het verband met mijn familie ook al weer was.

Het gevolg is dat mijn eigen stamboom een tikje scheefgegroeid is. Sommige takken zijn stevig en dik, andere zijn nog maar nauwelijks aanwezig en ook niet erg betrouwbaar. Binnenkort ga ik de balans eens opmaken en zien waar nog 'iets' gedaan moet worden. Daar ga ik dan maar weer eens verder.

Aantal entry's: 73.179

Aantal met mijn achternaam: 6.255

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen